Nieuws Teeltseizoen 2023
Merelbeke
Het seizoen begon begin mei met het zaaien van de erwten, veldbonen en zomergranen (baktarwe, durumtarwe en brouwgerst). De rode nierbonen werden iets later ingezaaid, op 19 mei. Zowel de granen als de erwt werden met een Amazone schijvenzaaimachine ingezaaid, terwijl een pneumatische precisiezaaimachine werd gebruikt voor de veldbonen en rode nierbonen. De afstand tussen de rijen werd zorgvuldig ingesteld op 50 cm (veldboon en rode nierboon), 25 cm (erwt) en 12,5 cm (zomergranen). Zaaidichtheden werden aangehouden zoals aangeraden in de verschillende teeltfiches: 350 kkz/m2 voor de tarwes, 250 kkz/m2 voor gerst, 90 kkz/m2 voor erwt, 45 kkz/m2 voor veldbonen en 30 kkz/m2 voor rode nierbonen. Net na de zaai werden de veldjes behandeld met een voor-opkomst herbicide, behalve de veldjes voor rode nierboon.
Tijdens het seizoen werd er ingezet op ziekte- en plaagbeheersing en het inperken van de vogelschade door het gebruik van lasers en scarymans. In de granen en de veldbonen werd een fungicide en pesticide behandeling uitgevoerd, de erwten en rode nierbonen werden niet behandeld. Enkele ziekten konden waargenomen worden, zoals bruine roest en dwergroest in de baktarwe en brouwgerst, het erwt enatie mozaïek virus en botrytis in erwt, en anthracnose in rode nierboon. Schade van de bladrandkever, erwtenpeulboorder en bonenkever was eerder beperkt.
![]() |
Hansbeke
Op 5 mei 2023 werd ook de proef ingezaaid op het proefveld te Hansbeke, hier onder biologische omstandigheden. De zaai verliep identiek aan die van Merelbeke, behalve dat hier een iets hogere zaaidichtheid van +10% werd gehanteerd om te corrigeren voor eventuele schade van mechanische onkruidbestrijding. Voor deze onkruidbestrijding werd de ILVO schoffel-robot ingezet.
Ziekte- en plaagdruk was hier wat hoger dan op het proefveld in Merelbeke, met veel roest in de granen en voornamelijk schade van ascochyta en botrytis in de veldbonen, waardoor ook peulen opensprongen.
Metingen
Verschillende metingen werden uitgevoerd tijdens het groeiseizoen, waaronder stikstof- en bodemvochtmetingen, monitoring van het bodemmicrobioom en oogstparameters zoals opbrengst en eiwitgehalte.


